Belgische Herder Club Nederland - Logo

Uitspraak tuchtcollege RvB

TUCHTCOLLEGE VOOR DE KYNOLOGIE

 UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
 R.J.M.A.  Bevers ….
 
Zaaknummer: 18-005
 
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2018.
 
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
 
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen
 
 
HET VERWETEN GEDRAG
 
De beklaagde wordt verweten dat hij op of omstreeks 6 september 2017, als eigenaar van een hond, een teef, genaamd DJAIPUR DU BOIS DU TOT, NHSB 2732431 en geboren op 5 juli 2008, na de dag waarop die teef de leeftijd van 96 maanden had bereikt, heeft laten dekken, althans niet heeft voorkomen dat die teef werd gedekt. Hoewel er bij de Raad van Beheer geen dek- of geboorteaangifte is gedaan, valt dit af te leiden uit het bericht op de website van de beklaagde (zie bijlage), waaruit blijkt dat de worp van het nest op of omstreeks 6 november 2017 heeft plaatsgevonden. Overtreden bepalingen: Art. VIII.1.lid 3 KR
 
RECHTSMACHT
 
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. 

 
OVERWEGINGEN
 
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met bijlagen, in samenhang met het e-mailbericht van de beklaagde, gedateerd 22 januari 2018, kan als vaststaand worden aangenomen dat uit de teef, Djaipur Du Bois Du Tot, NHSB 2732431, waarvan beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement eigenaar is, op de dekdatum 2 september 2017 ouder was dan 96 maanden.
 
De beklaagde heeft in zijn hierboven aangehaalde e-mailbericht onder andere aangevoerd dat hij, door diverse ziektegevallen in de familie, de verzorging van zijn honden had overgelaten aan vrienden. Bij die gelegenheid heeft een dekking plaatsgevonden.
 
Het Tuchtcollege is, wat er ook zij van hetgeen beklaagde heeft aangevoerd, van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt. Een fokker blijft verantwoordelijk, ook als hij derden op zijn honden laat passen.
 
 
CONCLUSIE
 
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar. 
 
 
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
 
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is. In beginsel acht het Tuchtcollege voor een dergelijke overtreding een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen. 
 
Het Tuchtcollege constateert dat de beklaagde, tijdens de periode dat hij tijdelijk is gediskwalificeerd vanwege eerdere overtredingen van het kynologisch reglement, zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een overtreding van een regel, die verband houdt met het welzijn van honden.
 
Gelet op de reactie van beklaagde verbindt hij zich niet langer met de doelstellingen van de georganiseerde kynologie, daar waar het het welzijn van de honden betreft. In zijn reactie maakt hij duidelijk dat hij zich ook in de toekomst niet zal houden aan regels en voorschriften die ten aanzien van een verantwoorde fokkerij gesteld zijn aan fokkers.
 
Het Tuchtcollege komt op grond hiervan tot het oordeel dat in dit geval een straf die tot doel heeft alle kynologische handelingen door beklaagde uit te sluiten passend is.
 
EERDER OPGELEGDE STRAFFEN
 
Op 17 oktober 2012 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 12-040.
 
De beslissing luidde:
 
een geldboete van € 225,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden en een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
 
Op 5 oktober 2016 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 16-026.
 
De beslissing luidde:
 
een geldboete van € 1000,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 13 maanden en een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 12 maanden, onvoorwaardelijk.
 
 
BESLISSING
 
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
 
een blijvende diskwalificatie van zijn persoon
 
en ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam
 
 
Op grond van het bepaalde in artikel VI.53 lid 1 van het Kynologisch Reglement adviseert het Tuchtcollege de Raad van Beheer om deze uitspraak te publiceren.
 
Deze uitspraak is gedaan te Woudenberg op  19 april 2018 door mevrouw mr. C.W.J. Abrahamse voorzitter, mevrouw drs, A.S.E. de Rooy-van Vierssen Trip en de heer H. Wolters, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris.
 
Mevrouw drs. A.S.E. de Rooy-van Vierssen Trip en de heer H. Wolters zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
 
De voorzitter,       De secretaris,
 
mr. C.W.J. Abrahamse     G.W.A. den Boer.
 

Afdrukken E-mail